woensdag 12 augustus 2009

Nachtbericht vanaf het kanaal


Als de zon ondergaat geniet ik van de mooie kleuren in de lucht rondom mij. Dan wordt het langzaam donker, heel donker. Ik ben bang in het donker op straat, in huis, op de steiger maar ook op het water. Om mij heen was net nog niks te zien maar als het donker wordt, komen er aan de horizon een heleboel lichtjes te voorschijn. Om mij heen is het donker, ‘stikke donker. Ik krijg een angstig onderbuik gevoel. Welke van deze lichtjes komt op mij af met 20 knopen snelheid, welk lichtje gaat mijn pad kruisen… Ik vraag Ben buiten te komen, hoewel hij juist zou gaan slapen. Samen turen we naar de horizon. Hij zelfverzekerd dat er niks aan de hand is, ik angstig. Uiteindelijk verzamel ik mijn moed en zeg dat het wel gaat lukken. Ik zeg tegen mezelf dat ik moet letten op felle lichten want die komen vaak snel dichterbij en hoe feller het licht hoe groter de boot. Kom op, je kan het!
Daar zit ik alleen, in de kuip. Ik kijk om me heen , links, rechts voor me, achter me. En nog een keer… wat is dat? Het is groot en wordt steeds feller en groter. Het is gigantisch, welke kant gaat het op… mijn hart slaat over, moet ik Ben roepen… Oh oeps, het is de maan, sukkel! Ik lach om mezelf.
Langzaam raak ik vertrouwd met de lichtjes om me heen. Voor me twee vissertjes, maar die zijn ver weg. Aan de horizon een grote tanker, maar die gaat duidelijk achter mij langs. Na 3 uurtjes komt Ben. Ik mag slapen. Drie uur later gaat mijn wekker weer. Het is nog donker, maar er zijn geen bootjes te bekennen, alleen een heleboel sterren. Ik probeer te genieten, al schrik ik regelmatig nog van een golf of schuimplek naast de boot.
Tegen half 5 wordt het oosten langzaam licht. Terwijl ik dapper het donkere westen tegemoet vaar. Om 5 uur hoor ik een harde plons naast de boot, wat valt daar, heb ik iets geraakt? Het is een dolfijn die met zijn vriendje de Blauwe Pinquin welkom heet in Engelse wateren. We zijn bijna in Dartmouth.

Miek

zondag 9 augustus 2009

Alderney heet ons welkom


een beetje brak zitten we in de jachtclub van Alderney aan een kopje thee. We hebben een zware nacht gehad, niet op het water, maar in een quarry (steengroeve) na een overweldigde fakkeltocht en vuurwerkspectakel. Het was het einde van de feestweek van dit eiland en wij waren er bij. Het was erg indrukwekkend om 1000 mensen met een fakkel door een dorpje te zien lopen en uiteraard hadden wij ook een fakkel gekocht.



Komend van Cherbourg, op weg naar Alderney moet je langs Cap de la Hague waar het behoorlijk kan stromen. We voeren op een aandewindse koers met windkracht 4 op gegeven moment zo’n 12 knopen over de grond. Best spannend want echt heel veel sturen kan je dan niet meer. De Cap de la Hague voorbij op naar Alderney voeren we 330 graden op het compas maar stroomden we een koers van 290 graden over de grond. Dit was de juiste richting en zo stroomden we bijna de haven binnen.

De volgende les stond op ons te wachten. In Alderney heb je geen marina waar je confortabel aan een steiger ligt, maar kan je voor anker of lig je aan een mooring. Deze mooring moet je oppikken en je lijn er door halen (en voor de zekerheid nog twee extra). Wij blij dat er niet te veel golven staan. Noem het beginnersgeluk maar de Blauwe Pinquin lag al na één poging vrolijk op de golven te dansen achter haar mooring. Bonnie (de bijboot) is blij, eindelijk mag ze ook meedoen aan deze vakantie. We halen haar uit de bakskist, blazen haar vol lucht en dan is het leven van onze Bonnie volmaakt, ze drijft. Vanaf nu is zij onze ‘steiger’ tussen boot en wal.


Maar wat helpt nu het beste tegen een kater. Thuis trek je de trainingbroek aan en gaat lekker hangen voor de buis, beetje zappen, beetje eten, beetje drinken. Hier wordt je wakker, doe je het luik open, kijkt de mooie natuur in, golft uit je bed en huurt een fiets. Op een mountainbike is het hier goed uitkateren. Ik krijg bijna de neiging om oorlogje te gaan spelen zoveel forten kom je hier langs de kust tegen tussen de vele vogels die ik nog niet eerder heb gezien. Op het westpuntje van het eiland heb je uitzicht op de Ortax (een rots) waarop zoveel Gannets (een prachtige witte zeevogel) zitten dat hij helemaal is vol gescheten (fijn detail).

Om de verkoop van het huis en het succesvol volbrengen van de eerste drie weken grote vakantie te vieren besluiten we een pizza te gaan eten in St Anne, waar het voelt als een lotgenoten groep voor quarry-katers.

We besluiten nog één dag te blijven.

Miek

 
 
 
 

donderdag 6 augustus 2009

Het is zonnig in Cherbourg


En daar zit je dan met je mooie plannetjes. Aan het roer van je eigen bootje, om 0200 uur ’s nachts. Het laatste restje wind is zojuist weggevallen, de motor is bijgezet en je dobbert zachtjes op een lichte deining heen en weer. De vrouw waarmee je nog geen anderhalve maand geleden getrouwd bent, ligt vredig te slapen in haar zeekooi. Op zo’n tien mijl afstand zie je de kust, en een felverlichte Franse kerncentrale, lieflijk aan de voet van de hoge krijtrotsen. Geen scheepvaart om je heen, in de verte een vissersbootje. Uiterst vredig allemaal. Nog 88 mijl te gaan, en de stroom begint langzaam tegen te staan. ‘Dat kan nog wel eens een tijdje gaan duren’, denk ik licht geïrriteerd. . En dan meteen: ‘Maar dat was toch juist de bedoeling van deze hele onderneming?’ Er is dus weer iets om aan te wennen. Dat we de tijd hebben. Dat je wel tegen iedereen kunt roepen dat je de wereld gaat omzeilen, maar dat je dan wel eerst de rust in je kont moet hebben om een simpele nachtwacht bij windkracht 1 uit te zitten. De wijsheid komt geloof ik met de in het donker gevaren mijlen.

Het is zonnig in Cherbourg, en wij kunnen het weten. We hebben het gemijmer van de nachtwacht overleefd en liggen inmiddels royaal afgemeerd met uitzicht op een standbeeld van Napoleon op een dik paard. Hij wijst resoluut in een bepaalde richting, om het Franse volk met zijn visie de toekomst te wijzen. Met peilkompas en enig rekenwerk heb ik echter ontdekt dat hij precies naar het afgelegen eiland St. Helena wijst, waar hij jaren nadat hij voor dit beeld poseerde, in ballingschap is overleden. St. Helena is een uiterst afgelegen eiland tussen Afrika en Zuid-Amerika en wellicht komen we daar ook nog wel. Voorlopig is onze eerste prioriteit een hap warm eten en het opladen van de kruimeldief met Franse kernstroom.

Je moet weten dat er aan boord van de Blauwe Pinquin een scala aan (quasi) wetenschappelijke experimenten plaatsvindt. Deze keer hebben wij onze cognitieve overcapaciteit gericht op Klein Duimpje, onze nieuw aangeschafte kruimeldief. De stelling is namelijk dat een kruimeldief het veel beter doet op kernenergie. En aangezien Frankrijk voor 80% op kernenergie draait, zijn we hier aan het juiste adres. En dus is onze kruimeldief voor het eerst opgeladen met kernenergie. Je merkt dat dat goed spul is want de boot was nog nooit zo stofvrij. Het experiment wordt binnenkort herhaald met zelfopgewekte windenergie en dan zullen we verslag doen van de bevindingen. Met die windenergie gaat het trouwens uitstekend. Op ons tochtje van Boulogne naar Dieppe (50 mijl, windkracht 5, fantastisch gezeild, zie filmpje) produceerde onze windmolen zoveel ampères dat we met gemak 10 kilo frikadellen hadden kunnen frituren. Meer dan 15 ampère bij 23 knopen wind, en het lawaai viel erg mee. De Mastervolt accumonitor houdt het allemaal netjes bij en ik kan altijd precies zien wat er geladen wordt en/of verbruikt. Goed spul! Ons volgende experiment wordt wellicht ‘Het electrocuteren van kleine knaagdieren m.b.v. windenergie’, maar nog niet alle bemanningsleden zijn overtuigd van nut/noodzaak.


We zijn sinds ons laatste verhaal in vier sprongen in Cherbourg beland. Van Oostende naar Duinkerken, toen naar Boulogne s/mer en van daar uit naar Dieppe. De laatste sprong was de grootste, vanaf Dieppe, een tocht van 110 mijl. We steken de baai van de monding van de Seine over, richting het puntje van Normandie. Een soort mini-oversteekje dus. Uitgezwaaid door Rutger, Margo, Pien en Saar, want die kwamen nog even op bezoek vanaf hun vakantieadres. Vanaf het strand konden ze ons langzaam aan de horizon zien verdwijnen. Het was voor het eerst deze reis dat we een nachtje zijn doorgevaren en dat ging erg goed. Zelfs het totale gebrek aan daglicht kon ons onderweg niet van de wijs brengen. In het donker kan de zee een eng zwart ding zijn, onvoorspelbaar en een beetje dreigend. Gisteren niets van dat alles. Er kwam al snel een heel mooi maantje op en het was heel erg rustig weer. Af en toe iets heel groots in de buurt, maar we merken dat onze radarreflector het doet. Zelfs de hele grote boten varen netjes om ons heen. Maar daar gaan we nooit vanuit, dus het blijf altijd heel goed opletten en tijdig van koers veranderen als we denken dat dat nodig is. Dichter dan een mijl ( 1.852 meter) van zo’n grote boot willen we liever niet komen en over het algemeen lukt dat prima. Onze timing blijkt achteraf ook uitermate goed, want we hebben de stroom mee op het laatste stukje richting Cherbourg. Het is dan al lang weer licht geworden, en als we de vuurtoren bij Barfleur naderen krijgen we een waanzinnige ebstroom in de rug. Met 9,5 knoop razen we richting de eindstreep, terwijl de wind ons maar met 4,5 knoop voortstuwt. Overal om ons heen rare stroomwervelingen. De kardinale boeien schieten als hectometerpaaltjes langs de boot en het is heel snel duidelijk dat we vanaf nu het getij te vriend moeten houden. De aankomst in Cherbourg laat niet lang op zich wachten. De haven ligt in een gigantische kunstmatige kom, omringd door vijf groteske forten, waarvan er één compleet aan puin. Die stammen uit de tijd dat er nog wel eens wat oorlog gevoerd werd in Noord-Europa en alle landen bang voor elkaar waren. In Duinkerken, waar we drie dagen geleden een nachtje zijn overgebleven, waren er ook al flink wat oorlogsdeuken te zien. Daar is de gehele binnenstad opgetrokken uit jaren vijftig prefabbeton omdat vrijwel alles daar is platgeschoten. Lang leve de Europese Eenwording. Wilders-stemmers zouden er goed aan doen eens een vaartochtje langs de kust naar het zuiden te maken. Misschien dat de aanblik van al dat oorlogsgeweld helpt om de anti-Europese houding wat te nuanceren. En anders mogen ze naar het Oostfront. Trots op Nederland.

Inmiddels regent het in Cherbourg,maar dat is morgen voorbij is ons beloofd. We gaan een tochtje voorbereiden richting Alderney, een kanaaleiland hier in de buurt. Mocht dat niks worden dan gaan we naar Engeland. Maar daarover later meer.

Op de foto Pien Fortuin. Hooggeeerd bezoek aan boord van de Blauwe Pinquin. Ze heeft Aap en Betty, onze knuffels, in haar decolletee verzameld. Ze kwam met haar ouders op bezoek in Boulogne. Erg leuk om de familie Fortuin even als 'gasten' aan boord te hebben.

Mocht iemand trouwens enig idee hebben waarom er op 18 augustus 1942 (dus een jaar vóór d-Day) een stuk of 5000 Canadezen op het strand zijn geland in Dieppe en omgeving en kansloos in de pan zijn gehakt, laat het dan even weten in de reacties hieronder.

donderdag 30 juli 2009

De Blauwe Pinquin en het Douane-Diesel-Debacle

Het is gelukt, we zijn de grens van Nederland dan toch gepasseerd.

Dit ging niet zomaar. Op Woensdag vertrokken uit Scheveningen. De motor moest het doen. Met samengeknepen billen tussen de pieren door, hij doet het nog…
Nog een uurtje mee laten lopen, hij bleef het doen. Bij de maasmond zetten we de motor bij , want helaas was de oversteek precies in de wind. Gelukkig loopt het dieseltje zoals het hoort.

De wind wordt als maar minder en we zetten de motor bij om de Roompot, waar we zullen overnachten, bij daglicht te halen. Nog geen twee mijl voor de sluis, geen zuchtje wind, de stroom bijna slack, stopt de motor, opeens, niks meer…het zou toch niet…. Hij heeft het de hele dag goed gedaan, en nu, in het zicht van de finish… : diesel op!! De jerrycans leeg, geen druppel meer. Wat een sukkels. Heel druk met reparaties aan de motor geweest en dan vergeten om genoeg diesel mee te nemen!

We roepen de sluiswachter op of hij ons helpen kan. ‘ik heb geen boten meer buiten’ is zijn antwoord. Spoedig daarop klinkt het over de marifoon ‘hier de Yerseke 77, wij komen nog naar binnen en kunnen ze een sleepje geven. We hebben nog een uurtje werk.’ We zijn blij maar een uur duurt lang, rond dobberend, zonder enige voorstuwing vlak voor de stormvloedkering van de Oosterschelde, net te diep (10 meter) om een anker uit te gooien. Het wordt donker en er ontstaat na anderhalf uur enige twijfel of ze ons vergeten zijn.
Na twee uur wachten doemt er in de verte een licht op, zouden dat onze redders zijn? Als ze dichterbij komen zetten ze de schijnwerper aan, wij blij. Het zijn twee jongens (23 en 24 jaar) die net voor zichzelf begonnen zijn en 10 minuten omvaren geen probleem vinden. Ze slepen ons naar binnen terwijl een beetje beduusd achter ze aan sturen. Voor de sluis leggen ze de Blauwe Pinquin netjes bij een andere boot langszij alsof ze niet anders doen. We drinken een biertje met ze en gaan slapen. Yerseke 77 bedankt!

De volgende ochtend op zoek naar diesel. De dichtstbijzijnde plek is de Marina en anders Zierikzee. Niet op loop afstand, geen bushalte in de buurt. Aan het einde van de steiger is een vissertje bezig diesel te tanken, rode diesel. We weten dat het niet mag, maar met 5 liter kunnen we naar de Marina. Ben gaat het vragen, we kunnen 5 liter van ze kopen, geen probleem. We starten de motor, hij loopt weer. Gelukkig toch geen motorpech, alleen een beginnersfout. De sluis gaat open en we varen er in op weg naar Roompot Marina om te bunkeren. We leggen de boot vast, kijken omhoog, een douane beambte. Ben zegt maar meteen: ‘U komt voor de rode diesel in onze tank?’ ‘Vaart u maar even naar de steiger buiten de sluis’ is het antwoord. We vertellen het verhaal, de sleep, de diesel, het bunkeren in de Marina. Ze luisteren naar het verhaal, twijfelen of het een boete moet worden maar zijn toch goed van humeur. Als we naar de Marina varen, daar de rode diesel af tappen en dan vullen met ‘gewone’ witte diesel, komen zij kijken en is het goed. Een opluchting. Het had een dure 5 liter kunnen worden.


We bunkeren en gaan weer terug, de sluis door en zetten koers richting Oostende. Het is redelijk bezeild en de stroom doet de rest. We zijn blij als we rond een uur of 18uur de eerste gastenvlag kunnen hijsen. Dat er nog veel mogen volgen!
Donderdag liggen we verwaaid met waarschuwing 7. Een goede reden om eens wat van Oostende te bekijken. En van daaruit zijt gij gegroet!

Miek

maandag 27 juli 2009

Scheveningen-Scheveningen


Een beruchte etappe, zo bleek al snel. Na een paar dagen provianderen, de koelkast laten bijvullen met koelgas ( R134, een aanrader) en vis eten was het zaterdagmorgen tijd voor het verlaten van NL, richting Oostende. WIndkracht 5, maar wel net bezeild, dus dat moest lukken. Maar......

Tussen de pieren, met het zeil net gehezen hield de motor er mee op. ARGH! Het is lastig te beschrijven wat voor een dreun dat was voor de bemanning van de Blauwe Pinquin. Maar gelukkig was de weg naar buiten goed bezeild en was het geen moment gevaarlijk. Na een half uurtje balen en tegen de wind in hakken zijn we gaan bijliggen. Bijliggen is de zeilen zo zetten dat je niet echt meer vooruit komt. HJet is dan even rustig aan boord en dat is handig als je wilt proberen het probleem met de motor op te lossen.

Na een uurtje bijliggen op zee kon het euvel niet gefixt worden. Het oversteken van de maasmond zonder motor is heel gevaarlijk en dom. De allergrootste boten van de wereld varen daar in optocht naar binnen en buiten en jij moet daar tussendoor. Zonder motor, heel hoog aan de wind. Niet slim. Dus wij weer terug naar Scheveningen, waar we eigenlijk al veel te lang geweest waren. De wind was inmiddels iets afgenomen tot een dikke 4 en met ruime wind en aardig wat spanning in de benen stoven we op de pier af. Telefonisch contact met de havenmeester had ervoor gezorgd dat hij ons al lag op te wachten met zijn speedbootje en zodra we naar binnen voeren en het zeil lieten zakken kwam hij langszij, knoopte vast en sleepte ons naar een mooie box in de haven. Een uur later zaten we in de zon op het achterdek alsof er nooit iets gebeurd was. Te balen als een stekker, dat wel.

Maandag met wat tips van de lokale monteur is Ben aan de slag gegaan en hopelijk is het nu gefixt. Morgen (dinsdag) waarschijnlijk tweede poging.


PS Als je wat te melden hebt doe het dan vooral in de reacties onderaan deze blogs. Is leuk als wij weer eens met dieselhanden proberen te wifi-en.

mzl

dinsdag 21 juli 2009

Tussen de pier door




Grijsblauw water dat ruist! En het stroomt onder ons schip door, prachtig helder, zout en bubbelig. Eindelijk op zout, eindelijk écht onderweg! Vandaag zijn we uit IJmuiden vertrokken na een dagje reparaties, inkopen en op adem komen. En zojuist zijn we na een korte etappe in Scheveningen aangekomen. Heel relaxed, heerlijk bezeild, met heel weinig problemen, en een motor die bleef lopen tussen de pieren. Dat mag ook wel na eergisteren, toen we nota bene nog veel moeite hadden om vanuit Amsterdam in IJmuiden te komen.

De dieselmotor hield er zondag namelijk na een anderhalf uur varen mee op. En toen deed ie het weer even, en toen weer niet. Ontluchtingsprobleem. Op de fok konden we dat de eerste keer oplossen maar de tweede keer niet en we waaiden op de kant. Niet echt een pretje in het Noordzeekanaal, waar boten zo groot als olietankers en gigantische containerschepen (zo groot als de ego's van incompetente VVD wethouders) af en aan varen. Daar ronddrijven zonder motor is niet echt leuk, sterker nog, na alle stress, spanning, haast en vliegwerk, emoties en andere menselijke ongemakken was het net even de laatste druppel. Die moest dus even worden weggepinkt en toen konden we op ons gemakkie afscheid nemen van mamsen en papsen, (schoon)broers en zussen. Op de kade voor de sluis van IJmuiden. Ons grote uitzwaai feest hadden we vorige week al gehad, maar omdat we stiekem toch nog niet klaar waren, hebben we er nog een paar dagen aangeplakt. En die paar dagen werden uiteindelijk een week.

Wat hebben we gedaan in die extra week?? Daar hebben alle uitzwaaiers van vorige week natuurlijk wel recht op, op die informatie. Nou eigenlijk best veel. Zo is de SSB installatie (kortegolfzender met emailmogelijkheid) volledig geinstalleerd en operationel, en bovendien staat er een gigantische RVS joekeloerus op het achterdek. 3 meter hoog, met erbovenop een windgenerator! Foto's volgen, maar dankzij Seerp K. te A. en Vincent V. uit U. staat het erop en functioneert het ook nog. Na het in- en opbouwen moest de zender ook nog even gecontroleerd worden en daarvoor moesten we naar Enkhuizen. Omdat alles nou eenmaal uitloopt draaide die tocht uit op een nachtzeiltochtje met een heerlijk ruim windje en snelheden van 7 knopen. Om 3 uur vrijdagochtend knoopten we vast in de buitenhaven van Enkhuizen. Vrijdagmidag werd de zender in gebruik gesteld en vrijdagavond rond half acht gooiden we weer los richting Amsterdam. Jan van Shiptron heeft ons geweldig geholpen. Zaterdag nog de laatste restjes dingen doen en provianderen (bij de DEKAmarkt een halfuur voor sluitingstijd) en zondag met Jextel en Jokpil aan boord richting de sluis van IJmuiden. Dat dus.

En nu liggen we sinds vanmiddag in de Marina van Scheveningen. We waren net voor de dikke buien binnen. We zijn onderweg!! Het voelt goed, het voelt als vakantie. Niks wereldreis. Grote Vakantie!!

Benieuwd hoe lang dat gevoel blijft. In ieder geval valt langzaam de meeste stress een beetje van ons af en beginnen we met uitrusten. Het weer is redelijk instabiel, dus we zien wel even hoe en wanneer we een grote sprong zuidwaarts gaan maken. Voorlopig waarschijnlijk een beetje hoppen.

Voordat we in Nederland de deur achter ons dichtdoen moeten we nog even wat administratieve dingetjes regelen, en ook nog wat inkopen en daarvoor is Scheveningen prima geschikt. Dus we blijven morgen nog een dagje liggen in de OER-gezellige marina. Net zo makkelijk.

De foto is nog van de trouwerij. Gisteren precies een maand geleden. Het Blauwe Pinquin-team is namelijk in het echt verbonden. Dat u het even weet.

vrijdag 10 juli 2009

Afscheid is nabij


De afgelopen 3 maanden hebben we de betekenis van het woord 'Hectiek' wat verder opgerekt. Wat een ongelovelijke optocht van deadlines, logistieke problemen, klustechnische hoog- en dieptepunten en prachtige, soms zelfs uitermate romantische, momenten. We hebben dankzij de hulp van een heleboel mensen een geweldige bruiloft uit de grond gestampt, we zijn ongelovelijk verwend en zééér royaal gesponsord, we hebben de boot vaarklaar gekregen, het huis op het nippertje verkocht en staan nu aan de vooravond van ons vertrek. Met slaapgebrek voor een jaar, een dosis stresshormonen waarmee we per direct uit de Tour zouden worden gezet en totaal geen besef van het het nieuwe leven dat achter deze laatste dempel op ons wacht.


Zijn we klaar om te vertrekken?


Absoluut niet. Maar we gaan toch maar gewoon. Zondag aanstaande gaan we zwaaien naar een hoop mensen die we zullen gaan missen. En daarna nog even snel een hoop spullen in de boot inbouwen, de laatste proviand inslaan en alle dingen die we vergeten zijn nog even regelen. En dan vertrekken we pas echt. Onze klusavonturen van de afgelopen maanden laten zich lezen als een roman. Die houden jullie dus van ons te goed.


Het is vrijdagavond en ik moet nog even de hele administratie in wat dozen stoppen. Daarna een koud biertje en morgen het huis leegruimen. Ondertussen nadert de Mexicaanse griep met rasse schreden. Houdt dus u dochters binnen. Nog een paar dagen en de Blauwe Pinquin verlaat de territoriale wateren voor blokje om. We vinden het erg leuk om hier onze avonturen met je te delen.