donderdag 13 mei 2010

Mannetje van de radio

Stel je voor. Je gaat met de bus van Groningen naar Barcelona, want daar is een leuk feest wat je niet wilt missen. Als je in Groningen instapt, begint de bus gelijk te rijden. Na een aantal kilometers door het mooie landschap heeft de eerste bus zijn halte bereikt en moet je eruit. Er komt een volgende bus, alleen weet niemand hoe laat deze komt. Je wacht en je wacht. Af en toe komt er een bus, maar het is niet de bus naar Barcalona. Uiteindelijk komt er een bus die je weer een stuk verder naar het zuiden brengt. Deze bus is de grens nog niet over als de motor uitvalt en je moet wachten op de volgende. Je wacht en je wacht, bij elke naderende bus denk je 'zou dit hem zijn?' Als je uit verveling wat vrienden belt, zitten ze allemaal gewoon in een bus naar het grote feest. En zo duurt de reis naar Spanje nu al 8 dagen en ben je net de Pyreneeën over. Zou de bus waar je nu in zit, je naar je feestje brengen?

Onze bus is de wind. Het is raar wat het met je doet. Als je geen wind hebt, word je langzaam wanhopig. Bij elke lichte rimpeling op het water hoop je dat dit de wind is waar je op wacht. Als de wind er dan is, ben je al je zorgen weer vergeten en geniet je van het zeilen over de wijde plas met water.

Elke ochtend kletst Ben via de SSB-radio met andere zeilers die van Panama naar de Galapagos gaan. Dit is vermakelijk en niet alleen voor het half uurtje dat het duurt, maar ook daarna. We kennen deze mensen allemaal niet en toch begint er nu na zo'n 8 dagen een steeds duiderlijker beeld te ontstaan van deze mensen en de overige bemanning. Of het beeld klopt dat zullen we op San Cristobal zien. Er zijn zo'n 8 boten die deelnemen aan het PanPacific net. Om 9 uur klinkt het 'this is Jan from Slipaway Slipaway for PanPacific net, are there any vessels under way, come now?
'Blue Pinquin'
'Yes, Blue Pinquin'
'Hi, we are with two people on board, current position 01degrees 06minutes North, 085 degrees 11 minutes West, over' waarna de positie herhaald wordt. 'Confirmative, all well, wind from the south 18 knots, over'
'OK, is there any traffic for Blue Pinquin' Stilte 'Are there any other vessels under way?' waarna Jim van Ceol-mor, Sara2, Clara van de Comfort Zone, Edwardo van de Tortuga, Marco Polo en Good News zich melden met hun huidige positie en wind. Aan het einde is er de vraag of iemand nog traffic wil. Nu is het de beurt aan Odol vanuit Costa Rica Mandam op te roepen. Elke dag weer, maar Mandam lijkt zich te verstoppen, hij houdt zich stil. Wat zou hier de reden voor zijn. Is Odol een stalker of schaamt Mandam zich ergens voor?

Bij alle krakende radiostemmen probeer ik me een persoon voor te stellen. Jan van Slipaway is een typisch Amerikaanse dame die het wel heel erg fijn vindt om te kletsen, type koffiejuffrouw. Ik denk dan ook dat haar man een stille, wat dikkige Amerikaan is die al lang blij is dat zijn vrouw nu even met andere mensen praat. De Ceol-mor heeft 5 mensen aan boord, een gezin met 2 jongens en een vriend. Jim is denk ik biologie leraar, ongeveer 1,75m, slank postuur. Dit in tegenstelling tot Edwardo van de Tortula, dit is een grote, stevige Braziliaan, een soort Jeromeke. Hij vaart samen met zijn vrouw Lourdes, wat een oogverblindende schone is. Clara en Korey maken hun Maidentrip. Ze hebben in Panama de boot gekocht, opgeknapt en zijn gaan varen. Clara en Korey zijn van onze leeftijd. Clara klinkt een beetje stijf, maar het lijkt of ze langzaam een beetje meer humor laat zien. Ik denk dat ze 1,70m is, slank en bruin haar met een streng brilletje, maar Ben denkt dat ze donkerblond is en zonder bril. Het echtpaar van de Sara2 hebben we ontmoet in ShelterBay Marina. Het is een echtpaar van halverwege 50 die het Hooglied meeneemt naar de wasmachines. We zullen zien met wie we vrienden maken, maar voor nu is het een bron van inspiratie.

Tijdens de lange periodes van wachten op wind, is het belangrijk om de sfeer goed te houden. En dit doen we met eten, veel eten, lekker eten. Zo heb ik het idee dat we 2 dagen geleden bij de pizzeria zijn geweest. Ben en ik hebben samen de meest geweldige pizza gedeeld. Een combinatie van een Fughi, Quatro Stagionie, Tuna, Veggi met als extra topping zwarte olijf. Heerlijk!

Wij hopen dat onze bus blijft rijden.

Groet Miek

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

zondag 9 mei 2010

Zwarte Vlek

Zetten we de motor aan, of sparen we onze diesel? Naar de Galapagos is het zo'n 850 mijl varen vanaf Panama. Om dat hele eind op de motor te kunnen varen, zouden we zo'n 500 liter diesel mee moeten nemen en dat kan niet in ons bootje. En we zijn toch een zeilboot?

De Stille Oceaan doet haar naam eer aan. Het is stil, windstil en dat duurt al bijna 2 etmalen. We proberen te zeilen maar als de windmeter op 0 staat en de zee zo glad als een spiegel is, halen we de zeilen neer. Dan maar drijven op de stroom. Dit gaat een uurtje goed maar dan zet de stroom ons de verkeerde kant op. Toch maar de motor aan. Bij elk kleine zuchtje wind hoop ik dat dit de wind is waarop ik zit te wachten. Bij elk wolkje aan de lucht hoop ik dat het wind meebrengt. Helaas mijn geduld wordt op de proef gesteld. En na nog een nacht op de motor, trekt tijdens mijn ochtendwacht geleidelijk de wind aan. Ik rol de fok uit en zet de motor uit. Heerlijk zo zonder het geluid van de motor, alleen het kabbelen van de zee als achtergrond geluid bij het opkomen van de zon. Als Ben wakker is hijsen we het grootzeil en glijden de mijlen weer onder ons door.

'Ben!' gil ik, ik schrik als voor de boot opeens een zwarte vlek uit het niets opduikt en het geluid van een plons in de donkere nacht verdwijnt. Een walvis aanval? Ben is diep in slaap want er komt geen reactie, terwijl mijn hart nog stevig in mijn keel bonst. De zwarte vlek is een dolfijn die komt spelen. Hij springt en zwemt rond de boot. In de verte zie ik nu dolfijnen als torpedo's door het water schieten om ons bootje eens van dichtbij te zien. Dit keer schrik ik niet van al het gespetter en geplons rond de boot.

De Stille Oceaan is misschien wel wat stiller met wind maar niet qua dieren. Behalve de dolfijnen van vannacht, zagen we er al een paar een meter of 2 door de lucht duikelen, een aantal roggen springen en voeren we bijna over een schildpad heen. Ook qua vogels is het een drukte van belang. Welke vogels het zijn weet ik niet maar ze zijn groot, wit en hebben een zwarte rand op de vleugels.

Wat mij verder verbaast is de grote hoeveelheid boomstammen, plastic flessen, slippers, emmers en ander vuilnis wat hier ronddrijft. Op de Atlantische oceaan zag je zelden iets voorbij drijven, hier is het meer regel dan uitzondering. Ik moet helaas toegeven dat ik ook schuldig ben aan deze plastic vervuiling. Ik dacht dat de afdruipbak van de afwas leeg was, maar er bleek nog een tupperware deksel in te zitten...

Vandaag is dag 4 en dag 4 is nog altijd een feestdag aan boord van de Blauwe Pinquin. En als het een beetje blijft waaien hebben we nog maar een feestdag, maar misschien ook wel twee. We houden jullie op de hoogte!

Groeten Miek

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

vrijdag 7 mei 2010

De lucht voelt anders

Als je eenmaal door het kanaal bent lijkt het net alsof de wereld is omgedraaid. De orientatie is anders, en ik ben het noorden al een paar keer helemaal kwijt geraakt. Onze nabije toekomst strekt zich ten zuidwesten van ons uit. De Stille Oceaan is ontzettend groot en we maken ons klaar om haar met voorzichtige schreden te betreden.

We vieren onze aankomst in de Pacific uitbundig met onze Zuidafrikaanse vrienden. Eerst waren we allemaal wat nerveus over dat gigantische kanaal en die sluizen. Toen gingen we er twee keer achterelkaar doorheen. Eerst met de Blauwe Pinquin, daarna met de Mojo. En nu voelen we ons echte kenners. En dat binnen 4 dagen. Proost! Als we terugroeien vanaf de Mojo na onze Pacificparty hebben we opeens stroom tegen! Dat zou je bijna vergeten. Er is hier weer getijverschil. Een meter of vier tussen eb en vloed, en dat maakt het de moeite waard om af en toe even na te denken voordat je vertrekt. Tegen stroom en wind in gaat de Pinquin niet zo hard. Dat merken we een paar dagen later als we naar het eilandkje Taboga varen. Verkeerd getimed. We motoren de kanaalmonding uit tegen de stroom in en doen uiteindelijk 3 uur over een stukje van 8 mijl.

De Pinquin barst dan weer bijna uit haar voegen van alle proviand, diesel, water en ongeduld. Onze ervaringen met en in Panama zijn bijzonder positief. Een erg mooi en vriendelijk land met hele lieve mensen. En je kunt erg goed inkopen in Panama city. De fruitmarkt was wat dat betreft wel een hoogtepunt. Overal waar we keken zagen we fruit. Bergen ananas, banaan en mango. Pakhuizen vol papaya, vrachtwagens vol grapefuits. Vanuit heel Panama komen de boeren hier hun spul brengen, en dat wordt voor vriendenprijzen verkocht, bijvoorbeeld aan ons. We kopen zoveel mango's en grapefuits als we kunnen laten dragen.

We laten het dragen, ja. Als volleerde neo-kolonialisten. Door een heel lief mannetje met een wagentje. Hij heeft nog maar een tand, en die zit een beetje los in zijn mond. Als hij lacht zie je 'm bewegen. Hij lacht vaak en dat is fijn. Als hij praat is hij wat lastig te verstaan. Hij biedt op onnavolgbare wijze zijn diensten aan en we kunnen zijn sjouwkunsten onmogelijk weigeren. Met zijn drieen sjokken we vrolijk rond, gaan een willekeurige hoek om en komen in een straat vol bananan. Vrachtwagens vol, en ze verkopen allemaal vanuit de achterbak. Voor een dollar kopen we een hele arm vol groene. Na een tijdje kunnen we geen vitaminen meer zien en worden we netjes thuisgebracht door een jongen die met de pick-up van zijn vader een centje wil bijverdienen. De boot puilt nu uit van de verse waren en we zijn klaar om te gaan.

Op het eiland Taboga vier ik mijn verjaardag. De boot is versierd. Eerst wordt ik overladen met kadoos en bakt Miek gevulde speculaas voor me. Lekker! Dan komen er allemaal mensen op de koffie en krijg ik nog meer kadoos. Ondertussen heb ik ook nog de carburateur van de buitenboordmotor gedemonteerd. Als alle visite weg is en we hebben gevollybalt met mijn nieuwe vollybal op het strand ( waarvoor we voor anker liggen), maak ik de carburateur schoon en schroef ik hem er weer op. Helaas zonder effect. De speculaas is dan al bijna op. Dan nog maar weer eens een andere bougie proberen. Met een ferme ruk aan het startkoord dient zich alweer een prachtig verjaarskado aan: een werkende buitenboordmotor! Nu zijn we helemaal klaar om te vertrekken.

Na een dagje stortregen en onweer, een nachtje rodeo anker-rijden aan lagerwal en een prachtige oerwoud wandeling met hele grote tarentula spinnen, vertrekken we van isla Taboga. We overnachten moederziel alleen in een prachtige baai op isla Bona. Lekker buiten slapen onder zestien triljard sterren. Dan naar de Perlas eilanden, waar we een korte stop maken op het eiland Pedro Gonzalez. We vangen onze eerste Pacific vis, een lekkere tonijn. We weten niet wie Pedro Gonzalez is of was, maar hij draait zich vast om in zijn graf als hij de toestanden in het enige dorp op 'zijn' eiland had gezien. Toen we even een kijkje gingen nemen in het dorp troffen we vrijwel iedereen laveloos aan, overal lege flessen bier en rum, en vanuit twee belendende huisjes knalde keiharde muziek tegen elkaar op. 6 mei is hier kennelijk een feestdag, of de woensdagmiddag kinderbioscoop wordt uitbundig gevierd. Een omaatje heeft op haar veranda aan het pleintje speakers die in een Gemertse disco niet zouden misstaan. Er komen hier bijna nooit bezoekers, we zijn een bescheiden bezienswaardigheid. We nemen een koude sinas en gaan een halfuurtje in de herrie tussen de mensen op het pleintje zitten. De politieagenten zitten ook aan de pils. Zij manen de buurman om zijn stereo nog iets harder te zetten. Een kip met maar een oog kijkt me indringend aan. Hij ziet er wat pips uit. Ik denk aan Kolonel Sanders. Behalve de herrie en het gezuip gebeurt hier weinig. Alleen de drankverkoper spint daar garen bij. Gelukkig is het eiland zelf erg mooi, al lijkt het tamelijk ondoordringbaar. Overal wilde ongetemde planten en bomen die zich van al die zuiperij niets aantrekken. De natuur wacht geduldig af om de boel hier weer over te nemen.

Nu zijn we echt onderweg naar de Galapagos. De winden zijn licht, maar uit de goede hoek. De Perlas eilanden verdwijnen aan de horizon en de zee is momenteel kalm. We kabbelen vrolijk over deze nieuwe oceaan. We zijn in een nieuwe wereld. Dat merken we ook aan het weer. De lucht voelt anders. Dikkere wolken, hogere onweersbuien. Alsof de wind hier liever vertikaal stroomt. We proberen snel vrienden te maken met de reus waarop we nu varen. Ruim een derde van het gehele aardoppervlak beslaat ze. De Galapagos liggen 820 mijl verderop op ons te wachten.


groeten
Ben

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

zondag 25 april 2010

Pinguino Pacifico


De zweem van ingewikkeldheid over het Panamakanaal is geheel aan ons voorbij gegaan. Veel zeilers gaan eerst oefenen, door met een andere boot mee te gaan. Maar vanaf het maken van de afspraak voor het opmeten ging het allemaal zo snel dat we er geen tijd meer voor hadden. Vorige week zaterdag hebben we de afspraak voor het meten gemaakt en een week later zijn we er door.

Donderdag zijn we van kantoor naar kantoor gestuurd om uiteindelijk met ons felbegeerde 'Zarpe' weer naar buiten te stappen. Hier in Panamees water moet je een 'Zarpe' hebben voor elke verplaatsing die je maakt en dat is een uitstekende vorm van werkverschaffing. Met alle juiste papieren op zak, een boot vol proviand, water en diesel worden we om 15.00 uur verwacht bij de wacht voor de sluis. Hier moet je ankeren tot de loods aan boord komt. Op vrijdagmiddag stappen Sven, Ondine en hun dochters Enya en Mia aan boord, gooien we de trossen los en is het zo ver. We voelen ons net een huurboot, stootkussens en autobanden rondom, terwijl we de haven uitvaren. Met ons liggen nog 4 boten te wachten op een loods. Om 18.15 uur komt deze aan boord en daar gaan we. Met een beetje zenuwen en een heleboel nieuwsgierigheid varen we bij ondergaande zon naar de eerste sluis. Na 7575nm te hebben gevaren nemen we afscheid van de Atlantische wateren.

Het verschil tussen zeeniveau en het Gatunlake is 27 meter. Om deze hoogte te bereiken zijn er drie aaneen gesloten sluizen die per keer negen meter stijgen. In tegenstelling tot de Nederlandse sluizen lig je hier niet tegen de muur aan maar in het midden. Niet in je eentje, maar vast aan een of twee andere boten. De Teou, een catamaran van 15 meter, ligt in het midden. Wij aan bakboord en de El Chiringuito aan stuurboord. De buitenste boten doen het lijnenwerk naar de sluismuur. De Teou, in het miden, doet al het manoeuvreren van sluis naar sluis. Het is alsof hij alleen vaart, geweldig zoveel motorpower. Als we de sluis invaren staan er vier mannetjes op de kant die een hulplijn werpen. Als voordekker is aan mij de eer om deze lijn te vangen en vast te knopen aan mijn 50 meter lijn. Dan lopen de mannetjes met de lijn naar het einde van de sluis om daar mijn lijn om een bolder te leggen en moet ik deze strak houden. Ondine helpt me met het strak houden van de lijn want met zoveel boten is dit behoorlijk zwaar werk. Het geweld waarmee de sluizen vullen is onvoorstelbaar, zeker als je bedenkt dat ze geen pomp gebruiken maar alleen zwaartekracht. Het zoete water komt met behulp van zwaartekracht door 16 gaten de sluis binnen. Het mengen van zoet en zout water gaat met enorme draaikolken gepaard. Ben doet samen met Sven de achterlijn, terwijl hun dochters de opdracht hebben zoveel mogelijk foto's te maken. Zo gaan we in 3 uur door de drie sluizen heen en gaat onze loods weer van boord, als we vast liggen in het Gatunlake. We maken snel wat te eten en gaan slapen. De boot is vol maar iedereen vind een plekje.

Om 5 uur worden we door de apen gewekt die in dit oerwoud wonen en om 6 uur stapt een andere loods aan boord. Vandaag de andere 3 miraflor sluizen. Het is prachtig varen over het meer tussen de groene oerwouden door waar vanwege het kanaal geen menselijke bewoning meer is. Er staat geen wind dus we maken uitgebreid gebruik van het grote zoete meer om verkoeling te zoeken. Op het voordek wordt de ene emmer water na de andere over elkaar heen gegooid. Alleen onze loods zit zwetend op het achterdek te balen dat we geen airco hebben.

Na vijf uur varen zijn we bij de eerste sluis aangekomen en binden we ons weer vast aan de Teou. We gaan de eerste sluis in, vangen de hulplijn, maken ons vast en zien dan achter ons de Ryndam, een Cruiseschip uit Nederland binnenkomen. Eenmaal bij de derde sluis begint het langzaam bij alle zeilers door te dringen, achter deze deuren ligt de Pacific. Als de deur open gaat klinken er vreugde kreten, om de veilige passage en de nieuwe avonturen toe te juichen.


Dag Atlantische oceaan! Hallo Pacific!

Miek

Voor wie ons deze keer niet heeft gezien op de webcam van de sluis, heeft nog een kans op maandag en dinsdag. Maandag gaan we namelijk met de Mojo van Sven mee. Als de tijden ongeveer gelijk zijn kan je ons zien maandag rond 19 uur (2 uur NL) in de Gatun sluizen en op dinsdag rond 11 uur (18 uur NL) in de Miraflor sluizen. En voor wie het in de reacties niet gelezen heeft, de Zeilen met daarin ons verhaal is uit!

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

woensdag 21 april 2010

Mogen we dan nu ons geld terug?


Is het geen plaatje? Deze pinautomaat speelt momenteel een hoofdrol in ons emotionele leven. Dat is geen best teken hoor ik u denken. Maar zoals met alles zit daar een verhaal achter. Het is een romantisch, nee, episch verhaal. Een verhaal over vertrouwen, hoop en zonde. Over misbruik, woede en de neiging om bepaalde instituties met springstof te verpulveren. Over trouw, liefde en vertrouwen in de goede afloop. Maar daarover later meer.

Ondertussen liggen we zo'n beetje recht voor de sluisdeuren van het Panama kanaal. Daar doorheen willen varen voor zoiets onbenulligs als 'voor de lol' is moreel verwerpelijk vanwege de honderdduizenden doden die de aanleg van het kanaal ooit vergde. Maar als de katholieke kerk weg kan komen met duizenden verjaarde kinderverkrachtingen, dan moet het een gerenommeerd instituut als de Blauwe Pinquin toch ook wel lukken om de geschiedenis van een half miljoen dode graafindianen met een glimlach voorbij te varen. Het is nu eenmaal niet het tijdperk om je overal maar en beetje druk over te maken, hebben we ons laten vertellen. En dus zijn we te beroerd om rond de kaap te varen. Ondanks dat, blijkt het passeren van het Panama kanaal in de perceptie van velen een nogal halsbrekende barriere. Vooral met zoiets onbenulligs als een klein bootje. Er hangt een zweem van ingewikkeldheid rond deze passage. Moeilijk, duur, bureaucratisch, Kafkaiaans, corrupt, Babylonisch en vooral traag. Wij waren eigenlijk wel benieuwd of dat nou wel zo terecht is.

Als vetgemeste kleuters aan de hand van wolven laten een hoop zeilers zich door duurbetaalde agenten door een oerwoud van formulieren, afspraken en betalingen leiden. Dat is nergens voor nodig hebben we gemerkt. Met wat frisse moed, een extra pufje deodorant en een quasi onverschillige blik zijn we zelf alle bureau's, bootopmeters en betaalloketten afgegaan. Het decor van dit alles is Colon, volgens velen, alweer niet geheel juist, de gevaarlijkste stad allertijden.

GEEZOES had zijn dag niet

De avonturen alhier volgen spoedig, maar niet voordat we melden dat we aanstaande vrijdag voor kanaalpassage gepland staan. Een Zuid Afrikaans gezin gaat met ons mee om te helpen met de lijnen. Wij helpen daarna op onze beurt deze hele leuke familie door het kanaal. Op de webcams van het kanaal kun je ons volgen: we zullen ergens vroeg in de morgen van vrijdag op zaterdag (NL tijd) passeren in de eerste sluizen van onze passage die van de gatun locks.

Ons Atlantische oversteek-proviandering-verhaal komt trouwens in het mei nummer van Zeilen, en niet in het juni nummer. Wees er snel bij, want er worden er maar 36.839 van gedrukt.

groeten
Ben




Tot slot nog even snel een tip. Off-topic, zoals dat zo mooi heet. Het zal niet lang meer duren, maar momenteel wordt DIT nog steeds als links gezever weggezet. Mijn advies, probeer die gedachte even 50 jaar vast te houden, dan drinken we er dan een glaasje op.

zaterdag 10 april 2010

En zijn staart was wel vier meter lang.



We hebben 'm denk ik wel gevonden. De beste ankerplek allertijden. Glashelder water, en we liggen naast ons eigen eiland. Dat is een volledig ongerept palmeilandje, met wit zand rondom en mooie wuivende palmbomen erop. Daar hebben we gisteren heerlijk gefikt en onze vangst gegrillt op het vuur. Een hele dikke Spaanse makreel van een kilo of 7, en die smaakte heel lekker. Van houten stronken heeft ooit iemand een bank en tafeltje gemaakt en daar zaten we onder de cocospalmen onze eigen vis op te smikkelen. Lokaal biertje erbij, koud, want de zonnepanelen doen het erg goed. Af en toe even zwemmen, en verder lekker fikken.


Even verderop liggen nog een paar bootjes, maar het voelt alsof we hier alleen zijn. Gisteren hebben we een paar boodschappen gedaan op een Kuna eiland. Dat is heel leuk, want de Kuna's zijn reuze aardig en ze bakken hele lekkere broodjes. We hebben onze voorraad mango's, ananassen, bier, paprika's en rum even aangevuld. Een dag eerder hebben we heerlijk water uit de jungle getankt bij een ander dorpje. Rio Azucar geheten. We lagen daar eventjes langzij een Colombiaanse handelsboot. Aardige gasten, die hier de cocosnoten op komen kopen (voor 15 cent per stuk). Terwijl we de watertanks aan het vullen waren kwamen de kano's af- en aanvaren. Iedereen kwam zijn cocosnoten brengen, en ondertussen hadden ze vaak ook nog allemaal verse mango's bij zich, en die heb ik toen maar van ze gekocht. Net geplukte rijpe mango's, zo van de boom. Die zijn lekker!

De vorige blogbijdrage kwam van een eiland met een internet indiaan. Op dat eiland heb ik de foto's voor ons artikel in de Zeilen doorgestuurd. (Zegt het voort, de Blauwe Pinquin krijgt weer een artikel in de Zeilen, juni editie en die dikke spiegelreflexcamera is nu dus al bijna terugverdiend) Wat blijkt nou, die indiaan, Hernando geheten, heeft zo gaat het verhaal, vorig jaar de 'lottery of the ocean' gewonnen. Zo heet dat hier als je aangespoelde coke vindt. Hij heeft een paar zakken cocaine op het strand gevonden. Dat gebeurt hier nog wel eens, en er zijn opkopers die er 2000 dollar per kilo voor geven en verder geen vragen stellen. Met dat geld heeft hij zijn satellietschotel, een koelkast en een batterij zonnepanelen gefinancierd en nu verdient hij een klein centje met internet en kouwe biertjes. Briljant toch!



Ik heb ook voor het eerst gesnorkeld met een mega manta rog. Iedereen vindt dat altijd zo'n geweldige ervaring, maar ik vond het eigenlijk doodeng. Hij zwom opeens onder de boot door toen ik net een beetje aan het onderwaterschrobben was. Het leek net alsof er twee olifantenoren aan de haal waren gegaan, met ertussenin een soort kruimeldief met tanden, en een stroomsnoer erachteraan. Hij kwam opeens recht op me af en toen heb ik het wereldrecord onderwateraccelereren verbroken. Ik ben nog niet zo'n snorkelheld. Een mooi beest, op een vogelbekdier achtige manier. En zijn staart was wel vier meter lang.



Vincent vermaakt zich trouwens ook uitstekend. Hij heeft al twee megakunstwerken gemaakt op iddylische strandjes. Bij het laatste object heb ik mogen assisteren. Dat was ook wel nodig, want zijn artistieke drang heeft hem doen besluiten een aangespoelde boomstam van minstens vijf meter lang, rechtop op het strand te verheffen. Dat is wonderwel gelukt. Drijfhout is duidelijk het medium waarmee hij zijn diepe verbondenheid met het landschap kenbaar maakt. Zijn cross-culturele beeldentaal grijpt intens aan en verbindt bevolkingsgroepen in gezamenlijke en gedeelde waardering voor de ongereptheid der natuur en het diepe respect voor de krachten die drijvende objecten schijnbaar willekeurig over verschillende tropische eilanden distribueren. Met het weder doen verrijzen van schijnbaar toevallig aangewaaid oermateriaal geeft hij de paasgedachte een nieuwe ecologische lading en verbindt hij mensen in de strijd tegen de willekeur. Ik hoop alleen dat de her en der verrezen falli van drijfhout niet plotsklaps zullen omvallen en zo een gevaar zullen vormen voor de kleine vrolijke indianen die ze in grote getalen van heinde en verre komen bewonderen.

fijne groet
Ben

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com




zondag 4 april 2010

Zalig pasen van Kuna Yala



Ik zit in een rieten hutje, mijn voeten in het zand. De lokale Kuna indiaan heeft een satellietschotel gekocht en biedt sinds een week internet aan vanaf zijn eilandje. op zonne-energie en onder een rieten dakje. Er zijn drie snoertjes en het is erg traag. De Blauwe Pinquin drijft voor het eiland achter haar anker, het volleybalveld naast het hutje wordt druk bespeeld. De zeilers tegen de Kuna indianen. Meestal winnen de (piepkleine) Kuna's. Ze hebben volleybal tot erezaak gemaakt en zijn beregoed. Vincent, mijn broeder, is sinds gisteren aan boord, dus het is feest. Zijn vliegtuig scheerde rakelings over onze mast. We liggen nu naast een ander eiland, 3 mijl van het vliegveldje. Er zit ook een krokodil, maar die hebben we nog niet gezien. Het paasontbijt vanmorgen was een waar genot. Gekookt eitje, versgebakken broodje en paasservetten die Vince had meegenomen.



We zijn sinds donderdag in de San Blas archipel, oftewel Kuna Yala, zoals de indianen het hier noemen. Het is een trots volk met een grote autonomie en zelfbestuur. Het is ze gelukt om hun traditionele waarden goed te beschermen en dat heeft ertope geleid dat de omgeving hier nog (bijna) net zo paradijselijk is als zeg een eeuw geleden.

Toen we wilden inklaren bleek de immigratieman aan het snorkelen. Met blote bast en druppende zwembroek werden even later snel een helehoop stempels in onze passen geknald. Zoutwaterdruppels op het carbonpapier. Drie minuten later waren we klaar en dook de immigratieman weer te water. Warmste welkom tot nu toe door de officials. Het is hier paradijselijk en vol met Kuna indianen en zeilers. De zeilers zijn allemaal beregezellig, roepen elkaar continu op op de marifoon, klonteren samen langs het vollybalveld en stralen een heel uniek soort gezouten natuurarrogantie uit. Alsof een wereldzeiler die al jaren onderweg is, het toppunt der evolutie is.
De Kuna's denken daar duidelijk anders over, en ze hebben gelijk. Het zijn trouwens erg lieve, uiterst gastvrije en vrolijke lui. En ze kunnen belachelijk goed vollyballen. We krijgen elk dag een paar kano's op bezoek die vis, mola's en ander mooi spul aanbieden. We hebben sinds eergisteren ook een heuze swastikavlag in het want hangen. Niet omdat we de PVV plots zijn gaan aanhangen. Het is de Kuna Yala vlag en die ziet er op het eerste gezicht nou eenmaal uiterst politiek incorrect uit.


Zalig pasen en de groeten
Ben