Zojuist Nassi want we zijn halverwege. Net nog even in hoogste staat van paraatheid door opeens een vreemd geluid aan de romp, maar we konden verder niets vinden. Alles ok, mooi zeilen! hoge golven. eerste 24 uur 150 mijl gevaren, het gaat hard!
Guus is net geland. Een uitgeputte Zwaluw. We geven hem water en praten hem moed in.
Dit is 'm dan. De eerste echte zee-update van de Blauwe Pinquin. Onze dame scheurt werkelijk over de golven op dit moment. Ongeveer 2 uur geleden zijn we het Continentaal plat afgevaren en nu hebben we dus ca. 3 km water onder de kiel. Het gaat hard! 6,5 knopen gemiddeld. Alles onder controle, de wind is rond de 20 knopen, de golven zijn hoog maar daar glijden we prachtig overheen. Met af en toe een demarrage van een golf af. Toen ik net sliep heeft Miek een paar keer dolfino's om de boot gehad,maar ja... daar zijn geen bewijzen van;-) We zijn gistermiddag om half drie weggegaan en zijn nu op positie 47'05N 6'26W koers 215 snelheid 5.5 knts Al 100 mijl afgelegd, nog 238 te gaan. De windvaan stuurt ons uitstekend over de golven. Het is hier erg mooi.
Eindelijk gaan de trossen los. Over een paar uurtjes gooien we los hier in Bretagne voor de eerste echt grote oversteek. De wind is flink, maar uit de goede hoek en voorlopig wordt het ook niet echt minder, dus we hebben besloten om te gaan.
We hebben de afgelopen week een paar keer het vertek uitgesteld en erg genoten van de lokale croissants en heerlijk gewandeld in de prachtige natuur. Bretagne was ooit een hoog gebergte en dat is dus onder invloed van weer en wind helemaal afgesleten. Ook zijn er een hoop bommen opgegooid toen de Duitsers er zaten en niet wegwilden. De Amerikanen hadden ook belangen en die heebben toen weer de Duisters weggejaagd. De meeste mensen in deze omgeving zijn daar nog steeds blij mee. We kunnen ze geen ongelijk geven. Het resultaat van al dit gezwam is dus dat er wederom een hoop bunkers staan, met en zonder grote gaten erin.
Allemaal duimen voor goede winden en niet te ruige zeeen svp. We hebben 340 mijl voor de boeg dus als het goed is komen we ergens op maandag aan in La Coruna of omstreken. We zullen proberen vanaf zee een update te geven van de situatie aan boord.
Toch maar even wat gas minder. Krijgen we dat weer! Ik heb een soort deja-vu van de motorproblemen die we bij ons vertrek uit Nederland hadden. Een zware knoop draait zich langzaam strak in mijn buik. Dit klinkt onheilspellend. De schroef zit los, denk ik. Of de schroefas staat op het punt om eraf te vallen. Zoiets. We varen de laatste 15 mijl richting Camaret, een haventje in de buurt van Brest, Bretagne. Het is alweer donker en we zijn al een uurtje of 30 onderweg. De meest geweldige zeiltocht die ik tot nu toe heb meegemaakt. Links van ons het eiland Ouessant. We varen er al uren langs, maar omdat de wind is afgenomen schiet het niet erg op. Vandaar die motor.
Nog maar een uur geleden werden we belaagd door een stuk of dertig dolfijnen. Dat zijn van die grote kleurloze grijze zeezoogdieren die alle vis opeten. Hun adem onwelriekend, hun vinnen onverzorgd. Ze proberen onze voorpunt te raken, gelukkig lukt het ze geen van allen, al scheren ze er telkens rakelings langs. Gezwoegd hebben we op die voorpunt. Bloed, zweet en uren poetswerk. Dat laten we niet door zo’n stel gladjakkers bezoedelen. Maar ze gaan te snel om te harpoeneren, en dus proberen we ze op film vast te leggen. Voor de kijkers thuis acteren we dat we diep geraakt zijn. Emotioneel getroffen door de gratie van de natuur, verpakt in een intelligent jasje. We doen net alsof deze visverslinders allerlei quasi menselijke eigenschappen hebben, en dichten ze een hogere kracht toe. De grootste van het stel kijkt me even indringend aan en ik voel een eeuwenoude herkenning en het is net alsof ik thuiskom van een lange reis. De krachtenlijnen komen samen op dit punt en een hernieuwde bezieling maakt zich van ons meester. De dolfijnen gaan snel weer weg en ik zet een bak koffie. Dat hebben we dus ook weer gehad. Het blijven dus gewoon zoogdieren. Zoals bijvoorbeeld lama’s dat ook zijn. Alleen zonder haren en ze kunnen verdomd mooi zwemmen. Laat je verder niks wijsmaken.
De stroom staat langzaam steeds harder tegen dus de snelheid zakt naar 3 knopen. Als je denkt dat je er bijna bent, en je moet nog 15 mijl, met 3 knopen snelheid…, dan ben je dus nog 5 uur aan het varen. En dan nu dit getik. Het wordt steeds erger. Een doordringend metalig getik dat lijkt te resoneren op de motortrillingen. Erg indringend, en steeds harder! Na een doorwaakte nacht is mijn vermogen om een nieuw motorprobleem te verwelkomen volledig verdwenen. Daar veranderen alle dolfijnen van de wereld niks aan. De donkere kust van Bretagne laat af en toe een grote rots zien in het maanlicht. Sommigen met een grote vuurtoren erop. De meeste zonder. We varen er met drie knopen langs. Want meer gas geven durven we niet meer. De wind is weer weggevallen, dus als de boel er nu mee uitscheidt stromen we precies dwars op die grote rots daar rechts van ons. En zo kruipen de laatste mijlen voorbij in onzekerheid. Camaret doemt uiteindelijk op vanachter een donkere rotspunt en voordat we het weten liggen we vast, veilig en vermoeid in ons bedje te knorren. Alles is zout, maar we zijn 120 mijl opgeschoten in de goede richting. En hoe!
Hoe langer je ergens ligt, hoe moeilijker het is om er weg te varen. Het vertrek uit Falmouth was wat nerveus, want het waaide toch best hard. Zes Bft met vlagen zeven en een weerbericht waarmee we de haven van Enkhuizen al niet zouden zijn uitgevaren. Maar de wind komt uit de goede richting en gaat vannacht afnemen. Het is tijd voor vertrek. Om vier uur ’s middags gaat de Blauwe Pinquin er als een renpaard vandoor onder dubbel rif. Ondanks de harde wind zeilt ze als een zonnetje. De golven, waar we ons toch wel wat zorgen over hadden gemaakt, worden langzaam steeds hoger. De eerste tien mijl varen we volledig aan de hoge wal, in de beschutting van het land. De voor anker liggende zeeschepen schieten we voorbij. Eenmaal uit de beschutting van land groeien de golven snel, maar ons bootje glijdt er prachtig overheen. Af en toe ploft er een dikke smak water in de kuip, of in Miek’s nek, maar heel eng is het niet. De golven blijven wel groeien en groeien, terwijl de wind niet afneemt. Het waait zo’n 25 knopen en het gaat er ruig aan toe. De Blauwe Pinquin lijkt ervan te genieten. Door het dubbele rif heeft ze geen last van de wind en lopen we toch 7 knopen. De boot voelt goed aan en het is geen moment eng. Zelfs niet als we van een golf afvallen, de boot een schuiver maakt en ik door de kombuis geslingerd word. Ik vlieg een stukje door de lucht en land met mijn borstkas op een houten randje. Ik heb weer eens een paar ribben gekneusd. Gelukkig komt de lucht weer snel terug in mijn longen. De rest van de oversteek (en van de maand) doet bewegen wat meer pijn dan normaal.
Als ik een paar uur later in het donker aan het roer zit waan ik me een motorcrosser. We scheuren over het berglandschap, springen van heuveltjes en racen langs glooiende hellingen. Dit is echt heel gaaf. Met een handje aan het roer bestuurd, scheurt Zeven ton Pinquin over het door de volle maan beschenen eindeloze heuvellandschap. De boot gaat flink tekeer, maar alles is onder controle. De wind is Noordwest en wij racen Zuidwaarts. De mijlen schieten voorbij. Na twee uurtjes in haar bedje wisselt Miek me af en mag ik plat. Onderdeks is het niet lang uit te houden, tenzij je snel gaat liggen. Mijn nieuwe zeekooi ligt heerlijk. Ik heb een gat in het schot gezaagd voor mijn voeten en daar lig ik van te genieten. Van slapen komt nog niet heel veel. We wisselen elkaar telkens na twee uur slaap af en als het licht wordt zijn we al best dicht bij Bretagne in de buurt. We zijn wat westelijker gevaren zodat we halverwege nog kunnen besluiten om door te gaan naar Spanje. De weerkaarten die ik ’s ochtends vroeg binnenhaal zeggen echter genoeg: we gaan gewoon naar Bretagne. En dus varen we veertien uur later met een ingekakt windje, een hoop dolfijnen en een vervelend tikje op Camaret af.
De motor heeft het gehouden, en het ontbijt is er een met verse baguette en croissants, in het ochtendzonnetje. Heerlijk zondags. Het is vandaag tevens de eerste zondag van September. En dan vindt hier traditioneel de Pardon de Notre Dame de Rocamadour plaats. Dat is een mis en processie voor de zee en de zeevaarders en voor hen die door de zee zijn verzwolgen. Dat wisten wij ook niet, maar we komen er nu van heel dichtbij achter wat het allemaal inhoud. De hele processie komt namelijk door de jachthaven waar wij eerste rang liggen. De pastoor en misdienaars doen zwemvesten aan en stappen aan boord van een boot. Wij zijn vanachter een jus d’orange getuigen van dit alles. Het gehele dorp is uitgevaren en kijkt over onze schouders vanaf het water mee. Dan varen ze de haven uit en een stukje de zee op, gevolgd door zo’n beetje alles wat drijft in het dorp. Vanaf de pier, waar we even heen gehold zijn, kunnen we alle bootjes met de pastoor in het midden mooi zien varen. Een bloemstuk wordt te water gelaten en alle bootjes proberen er even langs te varen, geeft dat geluk? Een mooie ceremonie, zomaar ineens aan de ontbijttafel. De mensen hier zijn erg met het water verbonden, en ze houden hun tradities in ere. Dat zie ik dolfijnen nog niet doen.
’s Middags gaan we op zoek naar het getik in de motor. Alleen als de schroef draait tikt het, dus we binden de boot goed vast aan de kade en geven gas. Het geluid komt toch van buiten, en dus moet ik mijn kleren uit en mijn snorkel om. Ik ben bang dat de schroef los zit. Eenmaal verkleed in mijn strakke super Speedo, duik ik gracieus onder water. Een dolfijn, hoor ik u denken? Niks dolfijn. Want hoe vaak heeft u Flipper en\of zijn vrienden een loszittende schroefas-anode zien demonteren? Precies! Die anode zat los, en tikke-takte er driftig op los. En nu dus niet meer, want ik heb hem eraf gedraaid. Nu nog even een nieuwe anode kopen en we zijn weer tip-top. En dat is een hele grote opluchting! Het weerbericht ook. Harde wind, maar wel de goede kant op. Waarschijnlijk vertrekken we woensdag richting La Coruna. Verder niks bijzonders.
Spanning stijgt aan boord van de Blauwe Pinquin. Is het dan eindelijk zo ver, gaan we morgen varen? Het weer lijkt even beter te worden. Als alles goed gaat, zeilen we morgen met noordwesten wind naar het zuiden, naar L’Aberwrac’h in Bretagne. Misschien kunnen we wel meteen door naar Camaret of gaan we de volgende ochtend. En als de weergoden ons goed gezind blijven, gaan we maandag door richting La Coruna. En dat zou betekenen dat we donderdag eindelijk in Spanje zijn, de Biskaje over…
Ik kan het bijna niet geloven. Na ruim een week wachten, weerkaarten kijken, schietgebedjes, klusjes doen en boekjes lezen is het zover. Het lijkt misschien raar, als je thuis zit op de bank voor de TV, warm bij de kachel, dat er 400 zeemijlen (loodrecht gemeten) verderop twee net getrouwde mensen hun tijd verslijten met het wachten op goed weer. Maar als je hier bent is dat heel normaal. De Noren en Zweden zitten nu in de kroeg hun laatste Ponden op te zuipen, omdat ze die voorlopig niet nodig hebben. Wij genieten nog even van de rust die het geeft om achter je anker te liggen, terwijl de regen op het dak klinkt.
Blij ben ik vannacht met mijn nieuwe aanwinst, een horloge met een lampje. Ik lig in bed en kan niet slapen. Het wordt 1 uur, 2 uur, ik slaap nog niet. Zouden de 3 kopjes koffie om 6 uur me nu nog wakker houden?
Ik denk aan zaterdagavond. We liggen voor anker in de river Fal. Het is rond 21 uur. Ben is buiten op het dek, ik kleed me om voor de bijboot-excursie. Zijn telefoon gaat, ik kijk er verbaast naar, alsof het elk moment kan ontploffen. Een geluid dat een aantal weken nog zo gewoon was, is me nu al vreemd. Ik neem op. Het zijn Vincent en Linda. Ze zijn op afscheidstournee in Amsterdam. Als zij dit zeggen besef ik dat het bijna 1 september is, de dag dat ons huis niet meer het onze is. Ik zie het voor me, de rode, de gele, de oranje, de blauwe muur, grote ramen en de houten vloer… dag huis, ’t was fijn.
Het wordt 3 uur, ik slaap nog niet. Ben slaapt niet al te vast, dus durf ik ook niet te veel te bewegen. Mijn gedachtes glijden af naar vandaag. We zijn op blubber-excursie geweest naar Truro, aan het begin van de River Fal. Met Jelle en Floor van de Libis, die hier verderop ook voor anker liggen, zijn we de rivier opgevaren. Wetend dat het daar steeds ondieper wordt, gaan we toch met afgaand water die kant op. We lopen een rondje om de kathedraal, drinken wat en bekijken de weerkaarten via de Wifi in de pub. Er is nog niet veel veranderd en er komt nog wat meer ‘ellende’ aan. Misschien vrijdag weg… Als het laagwater is en eigenlijk al het water weg is, besluiten wij (om onverklaarbare reden) dat we weer terug gaan. Soms maak je slimme stroom berekeningen en soms niet. De beide bootjes liggen in de drek. Ben en Jelle, de stoere mannen, slepen ze door de dikke drek naar het water, waar later aan een kade Floor en ik kunnen instappen. Het wordt langzaam donker en we hebben geen lampje bij ons, maar wel benzine. In tegenstelling van Floor en Jelle, zij hebben licht maar geen benzine (en een ander motortje dus hebben ze niks aan de onze). Als hun tankje leeg is, geven we ze een sleepje. Na anderhalf uur zijn we terug bij de boot. Bonnie heeft morgen wel een sop beurt verdiend. Ik overweeg nog even in de verveling over Ben heen te klimmen en het nu te doen, maar het warme bed ligt eigenlijk wel lekker.
Het wordt 4 uur, af en toe denk ik in slaap te vallen, maar helaas. Ik besluit op zoek te gaan naar oordopjes, misschien dat dit helpt. Ik vind daarentegen mijn MP-3 en zet deze aan. Ik waan me in de trein, een jaar of drie geleden. Het is zondagavond en ik reis van Amsterdam naar Groningen. Ik zit met een boek op schoot, maar lees amper. Ik luister naar mijn MP-3 en zit te dagdromen met een glimlach op mijn gezicht, terugdenkend aan het weekend. Het was een geweldig weekend en morgen ga ik weer aan het werk.
Het wordt half 5 en Ben wordt wakker. Ik vraag of we zullen gaan keten, maar hij slaapt nog half en wil eigenlijk alleen even plassen. We zetten de windmolen uit, misschien dat ik dan kan slapen. We kruipen er weer in en ik lig veilig en warm in de armen van mijn man, nu moet ik toch kunnen slapen.
Het wordt 5 uur en ik luister naar de symfonie die buiten klinkt. De wind als eerste viool, neemt de leiding, gevolgd door het als harp tokkelen van de vlaggelijntjes. Af en toe de zware slag van de pauk als de ankerketting strak trekt. De trompetten zwellen aan als Bonnie, de bijboot, op de golfjes ligt te klotsen. Af en toe klinkt de hobo als de windmolen door zijn rem heen draait. En zo luister ik naar de sloom makende symfonie van het grote orkest ‘Blauwe Pinquin’.
Om 9 uur wordt ik wakker en klim over Ben heen uit mijn bed in de voorpunt. Het was een korte maar fijne nacht. Ik besef dat ik een nieuw huis heb waarmee ik meer en meer vertrouwd raak.