zondag 13 juni 2010

Sterrenkinderen poepen op het ijs

Over ruimtestof dat lafjes tegen de dampkring van onze gewaardeerde planeet aanwrijft gaan we het hier niet hebben. In de donkere maanloze nachten (het is nieuwe maan) wordt ons hier geregeld spektakel van een heel andere orde voorgeschoteld. Er vallen hier sterren dat het een aard heeft.

Bijna al die sterren worden gebruikt voor wensen in de richting van (spoedig) herstel van kameraad van den Heuvel. Die ze hard kan gebruiken. Een paar sterren gebruiken we voor eigen gerief, dat wil zeggen behouden vaart en dat soort zaken. En dan zijn er nog sterren in de buitencategorie. Zo een zag ik gisternacht. Fel groen zette hij de hele hemel in een spookachtig licht. Ik schrok me rot en dacht dat er een kruisraket op ons insloeg. Hij kwam recht van boven in de noordelijke hemel en ging met een bloedvaart naar beneden, richting het wateroppervlak. Het geheel duurde misschien 3 seconden, ik heb de rest van mijn wacht zitten bedenken wat het geweest kon zijn. Ik heb zelfs even de marifoon wat harder gezet voor het geval het toch een vuurpijl was. Er kwam geen vloedgolf, dus de dochter van Frans Bauer met een cape-je om die insloeg was het waarschijnlijk ook niet.

Misschien wist iemand dat er weer een feest op de Blauwe Pinquin in aantocht was. We zijn namelijk vanmorgen als een Blackbird door de magische 10.000-barrière geknald. Sinds ons vertrek uit Amsterdam hebben we er 10.000 mijl opzitten. En op dezelfde dag zijn we halverwege onze oversteek naar de Markiezen. Nog 1500 mijl te gaan en dan is er weer land om op te lopen. We lezen ons rot over al die eilanden. Naam-technisch zijn ze moeilijk uit elkaar te houden. Let maar op: waarschijnlijk gaan we eerst naar Fatu Hiva, daarna naar Hiva Oa en Tahuata om via Oa Pou naar Nuka Hiva te gaan. En dat zijn nog maar de Markiezen.

Na de Markiezen willen we via een korte stop ergens in de Tuomotu archipel naar de Society eilanden ( Tahiti, Moorea, Bora-Bora etc.) en dan verder Zuidwestwaarts naar Fiji, Tonga of de Cookeilanden. Of allemaal. De grote vraag is nu: welk eiland wel, en welk eiland niet bezoeken? Er dreigt atol-stress want we moeten eind oktober richting New Zeeland om de stormen te ontlopen. Voor de Markiezen zijn we er al wel uit, maar voor de rest? Behalve Maupiti en Suvarov hebben we nog geen vastomlijnde plannen. Vandaar het verzoek: Heb je nog tips, droomplekken of aanraad-atollen voor ons, laat het ons weten.

Groeten vanaf 05'13Z 114'03W
Ben

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

donderdag 10 juni 2010

Geen moslims te bekennen

We varen momenteel in het midden van een cirkel met een diameter van 4400 km. Lekker weer, warme zon, etc. En je raad het al, in die cirkel zit nergens ook maar een puntje land. Alleen maar zout water. En een paar jachten. Met die jachten praten we af en toe. Via de SSB-radio krijgen we ook e-mail, en zo kwam het dat we de uitslag van de Nederlandse verkiezingen tot ons kregen. Het is een treurige dag.

We hebben uitgezocht of we vanuit Verweggistan konden stemmen, maar dat was helaas niet mogelijk. Daarvoor hadden we terug moeten vliegen om iemand te machtigen. Dat kunnen we niet betalen. Ergens klopt er iets niet. We zeilen op een van de meest afgelegen plekjes van de planeet en ik wind me op over een stelletje bekrompen angsthazen. 24 zetels!

Het goede nieuws is dat de antibiotica kuur op het jacht Flena is aangeslagen en er dus geen levensgevaarlijke ontsteking kan ontstaan. Het Engelse jacht Sarah II heeft nog een extra pakket antibiotica naar ze gebracht en iedereen is opgelucht en blij. Lang leve de SSB radio!

De Blauwe Pinquin zeilt momenteel weer zonder riffen in het grootzeil, vannacht hadden we er 2 ingezet. De wind is wat variabel in sterkte, maar meestal is het tussen de 3 en 5 Bft. Uit het Zuidoosten. Sinds 2 dagen een wat hogere en verwarde zee, maar over het algemeen prima te doen. De komende dagen krijgen we 5 Bft. En zal de zee wat rommeliger worden. Ik word heel erg verwend door mijn eigen Pacific Prinses. Miek maakt allemaal heerlijke dingen en vangt in de tussentijd ook gewoon nog en paar vissen. Gelukkig voor mijn mannelijke trots dat ze die dan weer niet durft te fileren. Dan is er voor mij ook nog wat eer te halen. We verbruiken tot nu toe gemiddeld 8 liter zoet water per dag, hebben al 4 broden, een pizza en veel pannekoeken gebakken, zijn door al onze bananen heen, beginnen weldra met de eigen yoghurt productie en zijn in een nieuw voorleesboek gestart ( ' In de bovenkooi' van J.M.A.Biesheuvel).

Veel plezier in het nieuwe Nederland!

Groeten
Ben

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

dinsdag 8 juni 2010

Beestjes

Ben ik 700 mijl uit de kust van de Galapagos en denk ik eindelijk van de schildpadden af te zijn, zwemt er eentje vlak langs de boot. En dan haalt hij het ook nog even in zijn hoofd om zijn poot op te steken, alsof hij wil zeggen ' Ik ben hier!'

Het is een drukte van belang in, op en boven het water van de Pacific. Het wordt wel langzaam aan wat rustiger, nu we verder uit de kust zijn. De tweede dag in de mist zagen we een groepje walvissen langstrekken. Op 20 meter van de boot spoten zij hun fontijnen de lucht in om vervolgens weer onder te duiken, geweldig!

Afgelopen nacht zwommen een paar fluoriserende strepen achter de boot aan, om ons na 10 minuten in te halen en rustig weg te zwemmen. Ze waren erg groot en kwamen niet naar boven om te ademen, dus we denken dat het haaien waren. Ik laat het zwemmen nog maar even voor wat het is. En als de zon opkomt beginnen de dolfijnen te jagen. Om ons heen zie je grote groepen dolfijnen uit het water springen achter hun prooi aan, die je even daarvoor door de lucht zag zweven. Vliegende vissen zie je de hele dag door zweven. alsof er een schot hagel gelost is. Sommigen beoefenen de kunst van het vliegen uitstekend en komen soms zo'n 40 meter ver, terwijl anderen zich als een zelfmoord terrorist in de eerste de beste golf boren, of bij ons aan dek belanden.

In de lucht is het vergeleken met de Galapagos heel rustig. Daar zag je blauwvoetgenten, fergatvogels, gemaskerde genten en pelicanen. Helaas hadden we de camera niet standby toen we een restje rijst over boord gooiden. De vissen die daar op afkwamen werden al snel gespot door twee blauwvoetgenten die zich er als een torpedo op stortten terwijl de pelikaan en een grote groep fregatvogels nog wat afwachtend er om heen cirkelden. Nu vliegt er af en toe een zwart vogeltje rond, niet groter dan een zwaluw, met een witte band net boven zijn staart. Ik verwonder mij over de energie die dit beestje heeft, gezien de afstand die hij tot land al heeft gevlogen en geen enkele aanstalten maakt om bij ons te komen uitrusten.

Onze boot heeft zo zijn eigen beestjes. Op het dek vinden we 's ochtends vliegende vissen en kleine inktvisjes. Bij de bananen vond Ben een kakkerlak. En verder hebben we motten. Voor deze laatsten is onze boot wat een Portugese banketbakkerij voor mij is: luilekkerland.

Kortom we hebben geen tijd om ons te vervelen. Ik ga weer verder met genieten

groeten van 04'16Z 101'32W

Miek

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

vrijdag 4 juni 2010

Onder een stolp

Het waait amper sinds we zijn vertrokken van de Galapagos. Als een stuk kaas onder een stolp liggen we nu al een paar dagen stil te wachten. Zijn we gevangen in deze prachtige wereld? Is het bederf al begonnen? We kunnen niet weg, want zonder wind is alle verplaatsing kansloos. Geduld is de enige uitweg. Maar hoe langer dat op de proef gesteld wordt, hoe pijnlijker het geklapper van de zeilen doorklinkt in mijn ziel. De sterrenhemel vormt de stolp waaronder we ons hebben laten vangen. Iedere avond om zes uur zakt de zon weg en begint het schouwspel van de nacht. Het is meestal onbewolkt, en deze gevangenis mag er wezen. Walvissen spuiten overdag hun pluimen rondom aan de horizon. De hele schepping toont zich gretig en onbeschaamd. Alsof we zijn vastgebonden aan een boom, kunnen we 's nachts niets anders dan kijken naar de diamanten die boven ons hoofd worden uitgestrooid. Gebrek aan wind is het touw waarmee we aan de boom zijn vastgebonden. Elke dag snijdt dat touw dieper in onze armen.

De maan komt rond 11 uur 's avonds op en tot die tijd leer ik nieuwe sterren. We hebben een sterrenkaart van de zuidelijke hemel. Langzaam leer ik steeds meer sterren kennen en dat werkt verslavend. De zee is nog rustig en zonder wind is het dan heel stil 's nachts. Het geklapper van zeilen en de kabels in de mast is het enige dat je hoort. In die stilte hebben we uitzicht rondom op alle sterren die er zijn, en kun je jezelf horen denken. Ons verblijf in deze oneindigheid wordt twee maal daags onderbroken door de radio.

Tweemaal daags hebben we via de radio contact met de andere boten die onderweg zijn op dit stuk oceaan. Er zit wel 2500 km tussen ons en de voorste boten. Op een vooraf afgesproken frequentie meldt iedereen zich tweemaal daags met zijn positie. Wij zitten helemaal achteraan in het veld. Op dinsdag ben ik de net-controller. Op een vast tijdstip roep ik dan iedereen op om zich te melden met hun positie en bijzonderheden. Er zijn ongeveer twintig boten die meedoen. Het radionet is als een schoenendoos vol kabouters in het donker. Elke avond doe ik de doos open en een voor een melden de kabouters dan met piepende en krakende stemmetjes hoe het met ze gaat. Als ik de schoenendoos dichtdoe zijn we weer alleen onder de sterren.

Hoe nuttig zo'n radionet is wordt meteen duidelijk op dinsdag. Om 19 uur meldt zich plots een medisch noodgeval. Op een Oostenrijkse boot, de Flena, ongeveer 1000 mijl ten Westen van ons, heeft iemand een ernstig ontstoken wond. De antibiotica werkt niet meer en nu is er een aderontsteking ontstaan. De bemanning weet niet meer wat te doen en vraagt om advies. Onmiddellijk komt er een stroom activiteiten op gang. Iemand gaat naar een andere frequentie om een dokter op te roepen, iemand anders zoekt contact met de US coastguard. Degene met de beste radio-ontvangst brengt de situatie, aard van de wond en de gebruikte antibiotica in kaart. Na 5 minuten is er een dokter gevonden, en die geeft advies. De Kustwacht vraagt of er al geëvacueerd moet worden. De Oostenrijkers op de Flena besluiten het nog 24 uur aan te zien. De voorraad antibiotica aan boord van de Flena is echter beperkt en dus zoeken we uit wie er in de buurt is van het getroffen jacht en worden medicijnkasten doorgespit. De Sarah II uit Engeland is op 200 mijl, en heeft een antibioticum dat waarschijnlijk zal helpen. Ze maken de volgende dag contact met de Flena en spreken een lokatie af voor een rendez-vous. Het is indrukwekkend om te horen hoeveel mensen er op deze uitgestrekte oceaan in beweging komen. Het contrast met de verlaten rimpelloze zee en sterrenhemel rondom ons kan niet groter zijn.

We hebben na vier dagen varen slechts 300 mijl afgelegd. Dat is tien procent van de totale afstand. We proberen ons wanhopig te bevrijden van de boom waaraan we zijn vastgebonden en genieten ondertussen waar mogelijk van het uitzicht, de walvissen, het lekkere eten en het besef dat we iets aan het doen zijn dat de moeite waard is. Want dat zijn we. Echt!

Ben


Ps Het radionet is tweemaal daags (1500 utc, 0100utc) te beluisteren op 6510 khz USB en op 12353 khz USB.

----------
radio email processed by SailMail
for information see: http://www.sailmail.com

zaterdag 29 mei 2010

Bijna op weg


Het kost wat moeite om weg te komen hier. San Cristobal is een erg schappelijk eiland, met vriendelijk volk. Elke avond zakt de zon hier spectaculair in zee, na eerst de gebouwen op de kade met een warme gloed te hebben overgoten. Wij eten dan soms een ijsje of drinken een borrel met het volk dat hier ook rondhangt. Er hangen hier erg veel ongure types rond. Soms proberen ze aan boord te komen, maar dat lukt ze gelukkig nooit.


De zeeleeuwen knorren en grommen overal doorheen, en gelukkig zijn ze nét niet lenig genoeg om bij ons in de kuip te klimmen. Ze stinken, maar zijn verder een toonbeeld van dierlijk vernuft. Het is verbazingwekkend hoe veel acrobatiek ze uit hun lompe, vette lichamen kunnen peuren. Te water gedragen ze zich als gracieuze goden, aan land zijn het meer varkens na een amputatiecursus. Totdat ze in beweging komen en pijlsnel voort blijken te kunnen hobbelen op hun tot poten getransformeerde zwemvinnen. De dominante mannetjes zijn het meest lachwekkend. Hoewel erg indrukwekkend, is hun gedrag voorspelbaar en volgens moderne maatstaven weinig verheffend. Al verkrachtend en boerend wentelen ze zich rond in de uitwerpselen van hun teefjes. Zelfs tijdens die grandioze zonsondergangen gaat dit barbaarse schouwspel onverminderd door. Kleuters moeten vluchten of worden platgedrukt, en rivaliserende andere mannetjes worden op luide toon, ondersteund door harde kopstoten en vervaarlijk tandvertoon op afstand gehouden.

Dat primaire gedrag is onder mensen reeds lang verdrongen. In plaats van iemand neer te knuppelen en het gewoon te pakken, loop ik netjes naar de havenmeester en haal een vergunning om diesel te mogen kopen. Diesel die later erg smerig blijkt te zijn, en alweer sla ik niemand tot moes, of bijt ik strottenhoofden open. Gelukkig laten ook de rivaliserende mannetjes zich niet meer verleiden tot basaal gedrag. En zo hoef ik niemand te doorklieven met het scherpe zwaard van mijn echtelijke trots. Ik pareer simpelweg wat grapjes over mijn beeldschone blonde vrouw, en iedereen is tevreden. Ondertussen brullen de zeeleeuwen gewoon door, en heffen wij het glas op de menselijke beschaving die ons allen nog rest. Het is, met andere woorden, tijd om weer verder te gaan.


De boot is er klaar voor, en wij zijn dat bijna. Miek herstelt van een klein griepje, en als dat zover is gaan we ankerop voor een nieuw hoofdstuk. De langste etappe tot zover wacht op ons. We proberen regelmatig onderweg de site te verversen. Jullie reacties zijn meer dan ooit welkom. Het kan ons niet triviaal genoeg zijn. Want ondanks dat het spannend en gigantisch is, wat ons daar wacht, hopen we stiekem op rustig weer en kalme zeeën, zodat ons leven op de oceaan gevuld kan zijn met triviale beslommeringen en gedachten. Gedachten en beslommeringen die waarschijnlijk veel saaier zijn dan jullie op basis van alle op deze plek beschreven avonturen zouden verwachten.

Tot snel
Ben

donderdag 20 mei 2010

Iets met evolutie





San Cristobal, Galapagos. Na een overtocht van ruim negen dagen, zeilen we op zaterdagmiddag met een vlagerig windje langs dit vulkanische eiland op weg naar de haven. Haaien en walvissen rond de boot, een uitgebreid gezelschap aan zeevogels in de lucht. San Cristobal is een van de oudere Galapagos eilanden en verheft zich als een koeienvlaai boven het oceaanoppervlak. Gigantische lava hellingen lopen flauwtjes af in zee. Af en toe priemt daar als een harde keutel een torenhoge rechtopstaande rotsmassa tussendoor. De hoofdstad van de Galapagos archipel is een grappig, bijna mediterraan stadje aan een beschutte ankerbaai.


De grote aandrang die er heerst om dit natuurlijke wonderparadijs te bezoeken zorgt voor een stortvloed aan tourboten, tour-toeristen, backpackers en geldwolven. We zijn nog niet eens geankerd of er dient zich een agent aan. Hij wordt ons van alle kanten aanbevolen, en dus mag hij ons voor 100 USD langs alle instanties leiden. Een agent is verplicht hier, en schoorvoetend laten we ons als lopende geldbuidels bejegenen. Ondertussen schreeuwen de zeeleeuwen rond de boot. Helder water en vooral lekker fris. Door de koude Humbold stroom vanaf Antartica is het zeewater hier 10 graden kouder dan we gewend zijn. De inspectrice voor ongedierte en vieze vliegjes is langs geweest en we mogen blijven. Geen probleem. Ze wilde wel graag wat bier meenemen. De bijboot moet 's avonds aan dek, want er kruipt zo een dikke zeeleeuw in, en die krijg je er niet zomaar meer uit.

Papierwerk klaar, boot opgeruimd, zout afgespoeld en oren gewassen: tijd voor onze bezoekers. Carla en Andrea landen precies volgens plan en zijn een uurtje later aan boord. Naar het weerzien van de gezusters Stiekema is reikhalzend uitgekeken. We worden weer eens overladen met kadoos ( BEDANKT !!!) en vieren Andrea's verjaadag zowel in lokale als in Nederlandse tijd. Dat betekent een extra lange feestdag. Miek bakt een verjaarstaart voor haar met roze glazuurlaag. Erg lekker en met kaarsjes ook nog. Onze excursie naar de schildpadencreche mag er ook wezen en na een duik in zee op een prachtig verlaten strand verbeter ik het record op de 100 meter horzelloop. Achtervolgd door een zwerm bijtgrage horzels ren ik vanuit de branding naar onze beschutte picknickplek om me snel af te drogen. De horzels, of zandvliegen, houden van natte huid en bijten hard en onmiddellijk. 's avonds nemen we iedereen uit de kroeg mee aan boord om couscous te komen eten. De ankerplaats is een erg sociaal gebeuren, iedereen kent elkaar. Onze vrienden van de Mojo zijn inmiddels ook gearriveerd en dat is ook weer gevierd, en zo blijf je dus aan de gang.


Twee eeuwen terug waren de lieden die hier voor anker gingen ruig en ongeschoren. Deze zeebonken, vaak walvisvaarders, leidden een onvoorstelbaar zout leven, waren soms drie jaar onderweg zonder aan land te gaan en vreesden god noch gebod. Ze hadden maanden geen land gezien en ze stonken als de nacht. Ze boerden, scheetten en waren een gevaar voor elke vrouw in de wijde omgeving. Aan wal werden in een paar uur tijd honderden schildpadden gevangen en mee terug aan boord genomen als proviand. In getimmerde hokjes hielden de reuzenschildpadden het soms wel een jaar uit. Een betere bron van vers vlees was er niet.

De zeebonken van tegenwoordig ankeren in dezelfde baai. We zijn goed geschoren en douchen aan boord dankzij watermakers en generatoren. Aan de wal laten we ons voor veel geld rondrijden naar schildpaddenparkjes en zeeleeuwsnorkelstrandjes. In de namiddag wordt er geborreld en gaan de gesprekken over de nieuwe zomerkleuren, de vergankelijkheid van aardse rijkdom en de abominabele wifi-ontvangst in de haven. Ondertussen draaien de vaatwassers aan boord op volle toeren. De evolutie der mensheid is ook onder zeebonken genadeloos voortgeschreden.


Inmiddels zijn Carla, Andrea en Miek op een vier daagse rondtrip over de eilanden vertrokken. Ik blijf achter om op de boot te passen, wat werk te verrichten en lekker uit te slapen. We verwachten ergens volgende week klaar te zijn voor vertrek naar de Markiezen. Dat is 3200 mijl varen en verreweg de langste etappe van onze gehele reis. Amsterdam-Kameroen in stevig wandeltempo. We hopen het binnen vier weken te kunnen doen.

Groeten
Ben



vrijdag 14 mei 2010

Evenaar


Zojuist, vrijdag 14 mei om 13:17h lokale tijd, zijn we de evenaar overgestoken op 86 graden westerlengte. Onze nieuwe bijnamen, door Neptunus geschonken, zijn Gerda Guppie en Harold Hamerhoofd. Harold heeft zijn sik moeten inleveren en Gerda moet het met een lange pluk haar minder doen. We hebben Neptunus geëerd met een rum-offer en we hopen dat hij ons gunstig gezind blijft. We zijn erg trots en blij op onze trouwe Pinquin en we kunnen de Galapagos al bijna ruiken.





De laatste nachten worden we begeleid door grote groepen trekvogels die 's nachts met ons meevliegen, in de windschaduw van onze zeilen. Dat is niet alleen bijzonder, maar ook best gezellig. Al die vogels knorren, kibbelen, grommen en piepen voortdurend naar elkaar. Beurtelings worden ze door ons toplicht beschenen. Er is veel leven in de oceaan en het weer is gelukkig weer wat beter. De wind sleurt ons met 6,5 knoop door het water, van de tegenstroom hebben we geen last meer. Nu gaan we lekker vers brood eten om te vieren dat we op het Zuidelijk halfrond zijn gekomen.

Groeten!
Ben

















----------